
Nu is al meer daneen tipje van de sluier van die vrouw opgelicht, denkt hij voldaan, en hij loop zijn kamer in en maakt zijn bureaublad vrij om zich te verdiepen in het dunne dossier dat door zijn secretaresse is aangelegd. Eerst probeert hij het uitgeprinte portretfotootje te ontwijken, maar zijn blik wordt getrokken door het open gezicht van de achtenveertigjarige vrouw. Ze heeft licht ogen, en een vreemd, misschien noordelijk of Aziatisch lijntje daalt in een origineel boogie af van boven de oogleden naar de neus.